Clusiustuin
- De Clusiustuin vroeger
- De Clusiustuin nu
- Carolus Clusius (Arras 1526 - Leiden 1609)
- Dirck Outgaertsz. Cluyt (Haarlem 1546 - †1598)
-
De Clusiustuin heeft sinds de aanleg in 1594 zowel een publieke als een wetenschappelijke en educatieve functie gehad: een echt modern museum dus. Oorspronkelijk bedoeld als kruidentuin voor onderzoek en onderwijs aan planten die van belang waren voor de medische wetenschap, was het eigenlijk al meteen een botanische tuin, met een grote collectie plantensoorten van over de hele wereld. De tuin is een typische renaissancetuin: verdeeld in vier kwadranten, die weer onderverdeeld zijn in rechthoekige plekken.
- De Clusiustuin vroeger
-
Van 1933 tot in 2009 lag de Clusiustuin buiten het Hortusterrein, aan de 5e Binnenvestgracht. Op deze plek was de Clusiustuin een mooi voorbeeld van een ‘Hortus conclusus’, een besloten tuin, zoals dat ook in de oorspronkelijk opzet het geval was.
Een reconstructie op de oorspronkelijke plek was in de dertiger jaren niet mogelijk, omdat toen in de Voortuin de beroemde Bruine beuk stond. Pas nadat deze in 1987 wegens ouderdom moest worden gekapt, werd het mogelijk om de Voortuin opnieuw in te richten, en kon in 2009 de Clusiustuin weer op zijn oorspronkelijke plek worden aangelegd.
Op de oude plek aan de Binnenvestgracht ligt nu de Hortuskwekerij, waar planten worden opgekweekt, en waar kan worden geëxperimenteerd met bedreigde en invasieve soorten. De kwekerij is alleen tijdens sommige evenementen toegankelijk voor het publiek.
- De Clusiustuin nu
-
De Clusiustuin nu is iets kleiner dan de oorspronkelijke: modern onderhoud en een grotere bezoekersstroom eisen bredere paden en meer ruimte er omheen. Door middel van hekken (geïnspireerd op ontwerpen van Vreedeman de Vries uit 1583) en een beukenhaag wordt het besloten karakter van een ‘Hortus conclusus’ benadrukt. Het hek om de kostbare tulpen en het paviljoentje zijn gemaakt naar een gravure uit 1610 van Woudanus, uit een serie van vier (naast de Hortus botanicus ook de Universiteitsbibliotheek, de schermschool, en het Anatomisch Theater – te zien in Museum Boerhaave).
Vanwege het uitgebreide network van prefect Clusius en de plantenverzameling van apotheker Cluyt omvat de eerste beplantingslijst maar liefst 1585 planten. Niet alleen geneeskrachtige kruiden, maar ook allerlei bekende sierplanten en meer exotische gewassen, waaronder de Tulp.
- Carolus Clusius (Arras 1526 - Leiden 1609)
-
Charles de l’Écluse of Carolus Clusius werd in Vlaams Noord-Frankrijk geboren en studeerde rechten en medicijnen. Hij reisde heel Europa rond om planten te verzamelen, beschrijven, kweken en bestuderen, en werd zo één van de eerste echte botanici. Hij had een passie voor planten, maar ook uitstekende contacten met iedereen die in zijn tijd in planten was geïnteresseerd – zijn network wordt op het ogenblik uitgeplozen op het Leidse Scaliger-instituut van de Universiteitsbibliotheek, waar veel van zijn correspondentie wordt bewaard. Hij woonde jarenlang in Wenen, waar hij een tuin aanlegde voor Keizer Maximiliaan II. Daar begon hij met het verzamelen van bolgewassen, waaronder de tulp, die in die tijd in Turkije werd gekweekt. Clusius kwam in de herfst van 1593 naar Leiden, waar hij de rest van zijn leven bleef wonen. Hij hield zich tot de dood van Cluyt in 1598 met de tuin bezig, en wijdde zich daarna aan het schrijven van zijn verzamelde werken: Rariorum Plantarum Historia (1601) en Exoticorum Libri Decem (1605).
- Dirck Outgaertsz. Cluyt (Haarlem 1546 - †1598)
-
Van apotheker en Hortulanus Cluyt weten we minder dan van zijn prefect Clusius. Hij werd in 1546 in Haarlem geboren, en werd daar apotheker. In 1578 vestigde hij zich in Delft, waar hij een beroemde apotheek, ‘De Granaetappel’, had en een grote tuin met bomen, kruiden, en bijen. Als plantenkenner en –verzamelaar correspondeerde hij met Clusius. In mei 1594 werd hij door de Leidse Universiteit aangesteld om de aanleg van de nieuwe Hortus ter hand te nemen. Veel van de planten in de nieuwe tuin waren dan ook afkomstig uit de tuin van Cluyt. Hij was de eerste die een boek over het houden van bijen schreef: ‘Van de Byen, hare wonderlicke oorsprong’. Dit boek is geschreven in de vorm van een dialoog tussen Cluyt en Clusius, en laat zien dat beide heren het uitstekend met elkaar konden vinden. De plotselinge dood van Cluyt in 1598 leidde er toe dat Clusius steeds minder bemoeienis met de Hortus had. De zoon van Cluyt, Augerius Clutius, was een verdienstelijk botanicus, maar werd door de Universiteit, tegen de zin van de studenten, niet tot Cluyt’s opvolger benoemd.


